Al geruime tijd had ik het plan om mijn oude “super 8” en “dubbel 8” filmpjes om te zetten naar DVD. Met een film projector en een digitale videocamera zou je dit toch moeten kunnen doen. Bovendien zou ik met de opgedane ervaringen een begin kunnen maken met een nieuwe service die ik als CHM op de markt zou kunnen aanbieden. De eis die ik mijzelf stelde was dat het eindresultaat zich moest kunnen meten met de best haalbare technieken, dan wel de op een na beste en dat de prijs voor een particulier geen belemmering hoeft te zijn.
In dit artikel doe ik verslag van:
- mijn ervaringen bij het zelf omzetten van film;
- de technieken/producten die ik al speurend op het
Internet tegenkwam;
- typering van de aanbieders van het omzetten en mijn
keuze voor een proef met een aanbieder;
- de resultaten van de proef;
- de nieuwe service die CHM kan aanbieden.
De start was om eerst maar eens wat oude filmpjes te gaan
bekijken.
Aldus gezegd ben ik gaan zoeken naar mijn oude projector. Helaas de rubber
aandrijfsnaren waren totaal vergaan. Op zoek naar een andere projector. In de
kennissenkring eens geïnformeerd, maar ook dit leidde tot nog meer projectors
met vergane aandrijfsnaren.
Gelukkig trof ik een collega, die ook films wilde omzetten en mij kon helpen aan
een prachtige projector (Elmo ST-800) inclusief geluid. Toe kon ik aan de slag.
Via
een andere collega had ik ook al een speciale converter kunnen bemachtigen, die
voor dit doel is gemaakt.
De film moet je hierbij projecteren op een matglazen raampje. Het geprojecteerde
beeld kan worden opgenomen met een videocamera via een spiegel in de converter
en via een lens aan de zijkant. De projector moet op de juiste hoogte zijn
uitgelijnd met de converter, zodat het beeld goed op het matglas valt. Ook de
videocamera moet uitgelijnd zijn met de hoogte van de lens in de converter.
De converter is echter heel erg licht. Bij de minste of geringste beweging
waarbij je de converter aanraakt (omdat je b.v. de videocamera aan moet zetten)
verschuift die en moet het uitlijnen weer opnieuw beginnen.
Toen heb ik eerst maar een
bodemplaat gemaakt waarop ik de componenten stabiel kon vastzetten (zie foto-1).
.jpg)
Foto-1 Opstelling met projector en converter en videocamera.
De videocamera heb ik met papiertjes eronder uitgelijnd,
zodat het hart van de lens gelijk valt met het hart van de lens uit de
converter.Eindelijk kon ik de eerste proeven doen. Het resultaat viel me toch
wel tegen. In het midden kreeg ik een overbelicht beeld. Men schijnt dit een
“hot spot” te noemen.
Dit wordt veroorzaakt doordat de lamp via het lenzensysteem in het midden veel
meer licht geeft dan aan de randen.
Intussen had ik hierover met wat videovrienden en film enthousiastelingen
gesproken.Het advies was om het beeld op een wit of een licht crème kleurig
vlak te projecteren.Op dus naar een nieuwe opstelling.
Je moet dan de camera en de projector niet te ver uit elkaar zetten, omdat je anders een beeld krijgt dat te sterk vervormd is door de hoek waaronder je het geprojecteerde beeld filmt (zie foto-2).
.jpg)
Foto-2 Opstelling met filmprojector en camera naast elkaar.
De lenzen van de projector en van de videocamera bevinden zich op de zelfde
hoogte.
Het papier waarop wordt geprojecteerd is licht crème om het effect van
overstraling te verminderen.
Bij overstraling zijn de fijne nuances in lichte delen niet meer te zien.
De filmcamera heb ik op 1 stop onderbelichting ingesteld.De focus handmatig en de sluitertijd op 1/50ste seconde.
Aanvankelijk had ik de witbalans manuaal ingesteld op het
licht uit de projector zonder film.
Later heb ik dit nog eens nog geprobeerd met een andere instelling.
Als je met de videocamera wat verder ingezoomd bent op het
geprojecteerde beeld, zie je de randen niet, maar je bent natuurlijk wel een
stuk van je film kwijt en de verhoudingen worden anders, omdat er onder een hoek
wordt geprojecteerd en wordt opgenomen. Hierdoor ontstaat een scheef beeld. Dit
effect kan worden verminderd door het papier waarop wordt geprojecteerd, verder
van de projector en camera af te zetten.
De hotspot was ik nu wel redelijk kwijt. De belichting was redelijk egaal.
Hieronder enkele foto’s (foto 3 t/m 6) uit de films
waarbij de resultaten van de converter en van de opname op papier is te zien.
Wat als eerste opvalt is dat de beelden niet echt scherp zijn. Maar dat kan ook
aan de opnames zelf liggen.
Foto-3 Filmbeeldje via de converter
Foto-4 Filmbeeldje via projectie op papier
De hotspot is duidelijk waarneembaar
De lichtverdeling is egaler.
Foto-5 Filmbeeldje via de converter.
Foto-6 Filmbeeldje via projectie op
papier
Het opgenomen beeld is niet meer recht
Andere aspecten die zeker zo belangrijk zijn betreffen de
scherpte, de helderheid en de kleur.
Het is bij de meeste projectoren niet eenvoudig om een
beeld scherp gesteld te krijgen.
Vooral omdat het geprojecteerde oppervlak niet zo groot is, is het moeilijk te
zien. Ook het mechaniek waarmee je scherp moet stellen werkt niet altijd even
soepel en de film die je draait is ook in beweging en niet overal altijd even
scherp. Met wat oefeningen en selectie van juiste fragmenten lukte dit toch
aardig.
Een ander probleem dat niet op een foto is weer te geven,
maar wat je ziet in de gedigitaliseerde film, betreft de wisselingen in de
helderheid. Dit wordt veroorzaakt doordat de sluitersnelheid van de videocamera
(ingesteld op 1/50ste seconde) niet helemaal gelijk loopt met de
frequentie maarmee de beelden geprojecteerd worden. De projector draait 18
beeldjes per seconde en elk beeldje is door de driedelige vlinder van de
projector drie keer te zien.
Dit komt neer op 54 beeldjes per seconde. Eigenlijk moet je de snelheid van de
projector wat kunnen corrigeren, maar dat was bij de door mij gebruikte
projector niet mogelijk zonder technische ingrepen. Voor de eerste proeven kon
ik met die “flikkeringen” nog wel leven. Bij het afspelen van de resultaten
op een TV was het minder hinderlijk, dan bij vertoning via de PC monitor. Mocht
ik besluiten om zelf mijn filmpjes te gaan digitaliseren dan moet dit wel worden
opgelost.
Een groter probleem dat zich aandiende was de kleur. De geprojecteerde beelden hadden bij het projecteren best nog wel aardige kleuren voor mijn gevoel, maar ik zag dat niet meer terug in het digitale resultaat. De digitale videocamera stelt automatisch de witbalans in. Bij kunstlicht krijg je anders andere kleuren dan bij bijvoorbeeld zonlicht. Meestal kan je de witbalans ook zelf instellen. Door de camera te laten weten wat ”wit” moet zijn, worden alle andere kleuren automatisch hierop aangepast. Ik projecteerde dus het licht van de projector zonder film en stelde daarop de witbalans van de camera in. De resultaten waren naar mijn gevoel te flets en te blauw. Toen heb ik de witbalans op “zonnig” gezet en kreeg ik warmere tinten. De vraag blijft natuurlijk hoe de kleuren oorspronkelijke waren.
Foto-7 opname met witbalans op zonlicht Foto-8 opname met witbalans op zonlicht
Bovenstaand de eerder gebruikte beeldjes nogmaals, maar nu met een witbalans ingesteld op zonlicht (Foto 7 en 8). Beide opnames zijn gemaakt via projectie op papier. (In de projector zit een 100Watt Philips halogeenlamp). In de beide foto’s is ook duidelijk de vervorming als gevolge van het opnemen onder een hoek te zien, omdat ik niet vergenoeg had ingezoomd om de zwarte buitenste rand weg te krijgen.
Kleurbeoordeling is heel moeilijk, omdat ook de oorspronkelijke kleuren in de film aan veranderingen onderhevig zijn. Het mooiste is als je wat ijkpunten hebt met kleuren waarvan je weet hoe ze er uit horen te zien. Zo had ik in een andere film opnamen van mijn toenmalige auto en mijn dochter. Ik heb nog steeds een folder van de auto, zodat ik weet hoe de kleur moet zijn. Verder wist mijn vrouw de kleur van de gedragen kleding nog te reproduceren.
Foto-9 Opname zonder kleurcorrectie
Foto-10
Opname met kleurcorrectie via Studio 9
Deze is nu ietsje groener geworden maar het is bijna niet waarneembaar.
Ik heb geprobeerd met het video bewerkingspakket Studio de kleur op te knappen. Meer kleurverzadiging en geprobeerd iets meer groen te krijgen. Maar echt beter wordt het niet. (zie foto 9 en 10). De kleur van de auto is wel enigszins groener, maar bij lange na niet hoe het moet zijn. (Verder op in het artikel komt deze foto nog een keer terug maar dan op een andere manier gescand).
De vraag die ik me nu stelde was:
Hoe zou het resultaat zijn als de film op een professionele manier wordt
omgezet.
Sterker nog: Hoe wordt het scannen in een professionele omgeving eigenlijk
uitgevoerd.
Zou er geen apparaat zijn waarmee je beeldje voor beeldje kan scannen, net als
een dia. Je zou die beeldjes dan door een foto bewerkingsprogramma kunnen halen
om de kleuren weer wat op te vijzelen. Daarna zet je de beeldjes in een
videoprogramma weer achter elkaar en je zou een perfecte film moeten krijgen.
Met die gedachte begon ik aan het volgende deel van dit verhaal. Speuren op
Internet naar scantechnieken en bijbehorende apparatuur.
Zoekend op Internet blijkt al snel dat de omzetting van
smalfilm wordt aangeduid als “Telecine”. Dit is een begrip dat is
samengesteld uit de termen 'Televisie' en 'Cinematografie'. Het raakte in zwang
in het begin van het televisietijdperk, toen film de voornaamste drager was om
programma's, anders dan live, weer te geven. Bioscoop films werden via een
Telecine omgezet en op TV vertoond. Een van de problemen die daar overigens bij
speelt is het aantal beeldjes dat er per seconden te zien moet zijn. In Europa
werken we met PAL en hebben we 25
beeldjes per seconde nodig. Bij Super8 worden er echter 18 beeldjes per seconde
geprojecteerd.
Op de site van "Super8 Reversal lab" www.super8.nl
is een hoofdstuk aan Telecine gewijd en is er onder Educatie ook van alles te
vinden over technieken en doe het zelf omzetting.
Afgezien
van de diverse “doe het zelf” methoden om een film om te zetten (projecteren
op een vlak of via een converter en met de camera opnemen), zijn er twee basis
technieken , waarmee films kunnen worden gescand, te weten de “Film Chain”
en de Flying-spot scanner”.
De “Film Chain” was één van de eerste gebruikte technieken. Hierbij wordt een filmprojector min of meer direct gekoppeld aan een videocamera. De film wordt ook afgedraaid zoals normaal via de projector gebeurd. (De videocamera’s hadden in de begin periode nog geen CCD’s zoals nu, maar waren uitgerust met speciale opname buizen). Met behulp van prisma’s werd het beeld op drie verschillende opname buizen geprojecteerd om de kleuren rood, groen en blauw te registreren. De meeste problemen met deze techniek waren scherpte, kleurverstrooiing en schaduwvorming. Deze techniek werd tot begin tachtiger jaren nog toegepast om 16mm en 35 mm films op de TV te kunnen uitzenden. Tegenwoordig komt de techniek in aangepaste vorm weer terug in combinatie met CCD’s . Hierover later meer.
In de jaren tachtig kwam de “Flying-spot” machine op de
markt. Het idee hiervoor stamde al uit de jaren dertig, maar had nooit goed
gewerkt, totdat de firma Rank-Cintel een commercieel goed werkende machine
maakte.
De flying-spot machine werkt in
principe met een kathode straalbuis (als de beeldbuis in een TV), die via een
lenzen stelsel steeds een volgend plekje (spot) van een filmbeeldje belicht. Het
resultaat van die belichting wordt via prisma’s en lenzen op drie
verschillende opname buizen geprojecteerd voor de kleuren rood, groen en blauw.
De opname buizen produceren per “spot” elektrische signalen die weer
gebruikt worden om er een videosignaal mee te maken. De film wordt hierbij dus
niet getransporteerd zoals in een filmprojector, maar wordt beeldje voor beeldje
stil gezet om te scannen. De tijd om een film van een uur om te zetten duurt
daardoor vele malen langer dan de duur van de film. Samen met de hoge kostprijs
van deze apparatuur en de lange doorlooptijd, is het scannen met flying-spot
behoorlijk kostbaar.
In de nieuwere
flying-spot machines hebben uiteraard ook de CCD’s hun intrede gedaan en
spreekt men van een CCD Line Array Flying-spot scanner. Deze techniek geeft nog
steeds de beste resultaten en wordt in de professionele omgeving toegepast.
Foto-11
Flying spot scanner van Rank
De aanbieders van Flying-spot scanners vindt je
vooral in Amerika en een paar in Duitsland en in Engeland.
Dan zijn er
intussen varianten ontstaan van de Film Chain in gebruik met CCD’s, zoals die
ook in een filmcamera worden gebruikt. De meest gebruikte machines die ik in
Nederland tegenkwam bij de aanbieders van telecine diensten zijn de Sony BM2100
en de wat nieuwere Flashscan8 van de firma WMA. Beide machines projecteren een
filmbeeldje direct op de drie CCD’s (voor de kleuren Rood Groen en Blauw).
Foto-13 Sony Telecinecorder BM2100
Foto-14 Flashscan8 van MWA
Een
ander soort CCD’s vormen de line CCD scanners, waarbij het beeld in zekere zin
lijn voor lijn wordt gescand (vergelijkbaar met de manier waarop een
kopieermachine een pagina aftast).
Deze wat meer professionelere techniek vraagt meer elektronica er om heen, Omdat
het beeld verder moet worden opgebouwd.

Foto-15
Reticon Line scanner module
Bij de scanners die met een vaste lichtbron werken is het heel belangrijk een lichtbron te gebruiken met juiste kleurtemperatuur onder alle omstandigheden. Verder is het mogelijk om tijdens het scanproces zonodig kleurcorrecties toe te passen. Hierbij komt dan de menselijke hand weer om de hoek kijken. Een goed inzicht in de werking van kleurcorrigerende maatregelen is hierbij noodzakelijk. Met de kennis van deze technieken ben ik daarna gaan zoeken naar bedrijven die filmconversie aanbieden en vooral op welke wijze ze dat doen.
Via zoeken met Google en via verwijzingen die ik op sites
tegenkwam, heb ik (tijdens het schrijven van dit document)19 aanbieders gevonden van Telecine diensten.
Er zijn er ongetwijfeld meer, maar sommigen maken gebruik van de diensten van
een van de genoemde aanbieders.
Wat mij opviel was dat veel aanbieders geen of weinig informatie geven over de
techniek die ze gebruiken, terwijl dat voor het resultaat zeer belangrijk is. (Mijn onderzoek naar de aanbieders is februari 2005).
Misschien is dit ook niet zo verwonderlijk omdat de betere technieken zoals flying spot en
de line scanner CCD tamelijk prijzige
technieken zijn.
Soms kan je een foto vinden van het product of de opstelling waarmee wordt
gewerkt. Hieronder een paar voorbeelden.

Foto-16 Opstelling
bij een aanbieder
Foto-17 Direct gekoppelde projector en
camera

Foto-18 Converters Foto-19 opstelling met projector converter en camera
De
kwaliteit van een toegepaste techniek/opstelling kan je natuurlijk alleen beoordelen indien je een
test bij de verschillende bedrijven laat uitvoeren. Dit ging mij nu echter te
ver. Dan zijn er verder de kosten die gemoeid zijn met het omzetten.
Alhoewel elke aanbieder daar informatie over geeft, is het moeilijk om ze direct
te vergelijken. De éne aanbieder werkt met een prijs per minuut en de ander
heeft prijzen per soort filmspoel, al of niet met een toeslag en/of minimum
aantal minuten. Voor het repareren van de lassen in een film worden vaak kosten
berekend. Over vooraf reinigen van de film wordt maar weinig gezegd. De kosten
liggen gemiddeld op 1,20 Euro per minuut film omzetten, exclusief het aanmaken van een DVD of miniDV band. Deze
prijzen variëren van 0 tot 45 Euro.
Het digitaliseren van films met behulp van flying-spot scanners wordt gezien als
de techniek die kwalitatief de beste resultaten geeft. In Nederland wordt die
dienst niet aangeboden. Diverse aanbieders geven aan met een Filmchain-CCD
combinatie te werken of daarmee gelijk te stellen systeem. Ik vond drie
bedrijven die werken met een Flashscan 8 en drie bedrijven die werken met de
BM2100 machine van Sony. Drie andere aanbieders noemen wel hun techniek al of
niet met een foto, maar geven geen aanvullende informatie. Acht aanbieders geven
helemaal niets aan op dit gebied. Tenslotte is er één aanbieder die werkt met
een 3 CCD line scanner.
Kijkend naar de verschillende technieken besloot ik een
proef uit te voeren met de aanbieder die met de Line-scanner CCD werkt. Dit is
HomeDVD entertainment, tegenwoordig "De Smalfilmwerkplaats" (www.smalfilmwerkplaats.nl).
Andere redenen voor die keuze, naast de toegepaste techniek, waren de
prijsstelling en de mogelijkheid om
“kabels” in de film d.m.v. wet-gate scanning vrijwel onzichtbaar te maken.
Kabels zijn scheuren in de emulsie die als strepen zichtbaar worden tijdens het
afdraaien van de film. Deze techniek wordt onder andere ook gebruikt door het
professionele Cineco laboratorium in Amsterdam voor het scannen van 16 mm en 35
mm films. (Deze films vallen buiten de scope van mijn onderzoek).
Op de site van De Smalfilmwerkplaats wordt uitvoerige informatie over de gebruikte techniek en het productieproces
gegeven.
Ze zorgen dat de films gereinigd worden. Lassen die vervangen moeten
worden leveren geen meerkosten op.
Terug naar het begin
De resultaten van het omzetten door HomeDVD van mijn eerder zelf gescande films
waren aanzienlijk beter.
Hierna enkele
foto’s uit die film waarbij de verschillen in kleur en scherpte met de zelf
gemaakte scans goed te zien zijn.
Foto-20 (=foto-10) Eigen scan.
Kleuren niet goed te krijgen Foto-21 Scan van HomeDVD
Mijn auto hoort inderdaad deze kleur te hebben.
Het gescande oppervlak is beduiden groter dan bij de eigen opname.
.jpg)
Foto-22 Uitvergroting van een beeldje uit eigen opname
Foto-23 Uitvergroting van het beeldje als in foto-22 ,
maar
nu uit de opname van HomeDVD
naast verschil in kleur is hier ook het verschil in de scherpte goed te
zien in het groen
Conclusie
Mijn conclusie is dat zelf scannen best mogelijk is met een
redelijke kwaliteit.
Als je iets meer eisen gaat stellen aan de kwaliteit is omzetting via een
professionele techniek zeker de moeite waard.
Om die reden ben ik met HomeDVD gaan praten over een zakelijke samenwerking met
CHM als intermediair voor onze de leden van de verenigingen waarvoor CHM actief
is.
Filmomzetting als nieuwe service van CHM
CHM Multimedia Services heeft sinds begin 2011 de
HM-73 photo-frame scanner van Daan Müller in gebruik genomen.
In een afzonderlijk document heb ik het omzettingsproces beschreven.
Kenmerken:
- Fotograferen van elk frame met max. 1038 x 1388 pixels.
- Maken AVI file met ongecomprimeerde foto's van de frames
- Restaureren AVI file waarrbij de ruis verminderd wordt en de scherpte
verbeterd wordt.
- Stabiliseren, kleurcorrectie en helderheid waar nodig aanpassen
- Aanmaken HD of SD film materiaal
Kosten:
Omzetten naar HD kwaliteit: 1,90 per minuut
Omzetten naar SD kwaliteit 1,40 per minuut
Samenstellen DVD (max a,5 uur film) 15 euro
Kopie DVD 5 Euro.
Voor archiveringsdoeleinden zijn er ook mogelijkheden om de individuele beelden aangeleverd te krijgen.
Voor meer informatie kunt u altijd contact met mij opnemen.
Arie Noteboom
CHM